Lettergrootte : A | A | A

Geschiedenis

SINT-GILLIS, ZIJN GESCHIEDENIS EN ZIJN BEVOLKING

Het begin van "Obbrussel" en van Sint-Gillis

 Het is tussen de VIIde en de XIde eeuw dat het gehucht Obbrusel (wat op-Brussel, hoog-brussel betekent) gevormd werd in het noordelijke gedeelte van de parochie van Vorst. In die tijd strekte het grondgebied zich ongeveer uit van de Kapellekerk tot het Hoogtepunt 100.

Bij het begin van de XIIIde eeuw kende het ganse Brusselse grondgebied een belangrijke economische en demografische groei. De abdij van Vorst gaf in 1216 aan de inwoners van Obbrussel toestemming om hun dorp op te richten als onafhankelijk parochie. Tezelfdertijd werd er in het dorp een bijzonder schepenambt aangesteld, dat borg stond voor de juridische en economische vrijheden die aan de bevolking waren verleend door de overheid. De ontwikkeling van Brussel tijdens deze eeuw mondde uit in de administratieve aanhechting in 1296 van het dorp bij de stad. 

In het midden van de XIVde eeuw werd door de bouw van de tweede stadswal, gesloten door de Hallepoort, één vijfde van het grondgebied van Obbrussel fysisch verbonden met de stadsperimeter. In de XVIde eeuw telde het dorp evenwel nog maar eenenveertig huizen.

De Graaf van Monterey werd er in 1670 door de regering van Madrid mee gelast de versterkingen van Brussel te vervolledigen om de stad veilig te stellen voor eventuele aanvallen. De hoofdverwezenlijking van dit programma was de oprichting, op het hoger gelegen deel, van een burcht die de controle mogelijk maakte van gans de benaderingszone ten zuiden van Brussel. Het hart van dit fort, opgericht in 1675, was gelegen ter hoogte van wat nu het kruispunt tussen de Fortstraat en de Vestingstraat is. Het fort van Monterey was eveneens gebouwd als een versperring op de weg die Brussel met Ukkel verbond. Er ontstond een nieuwe wegtracé dat een boog rond het fort maakte en dat overeenkomt met de huidige Vorstsesteenweg. Het fort werd, zoals het merendeel van de Brusselse vestingen, ontmanteld op het einde van de XVIIIde eeuw.

 De XVIIIde eeuw beleefde de modernisering en de aanleg van verschillende belangrijke wegen die het kader van de stedelijke ontwikkeling van Sint-Gillis zouden vormen tijdens de XIXde eeuw (bijvoorbeeld werken aan de huidige Waterloosesteenweg tussen de Bareel van Sint-Gillis en de "Bascule"). Het gebruik van al deze nieuwe verkeerswegen was ten andere onderworpen aan tolgeld dat geïnd werd ter hoogte van de Bareel.

De Gemeente Sint-Gillis werd onder het Frans regime, op 31 augustus 1795, opgericht en vormde samenmet enkele andere dorpen het grondgebied van het kanton Ukkel. In die tijd telde het dorp Sint-Gillis reeds ongeveer 2.500 inwoners, geplaatst onder de voogdij van een gemeentebeambte en zijn adjunct. Er diende tot 1799 gewacht vooraleer Sint-Gillis een volwaardige gemeente werd met haar eigen burgemeester, haar Gemeenteraad en haar bestuur. In 1811 werd het juiste grondgebied van de gemeente afgebakend bij een op tegenspraak gewezen procedure waarbij de aanpalende gemeenten betrokken waren.

 

De verstedenlijking van de gemeente

 Het plattelandsdorp van een klein ondertal inwoners, waarvan de helft rond de kerk gegroepeerd was, veranderde tussen 1860 en 1925 in een volkomen verstedelijkte voorstad (oprichting van de Louizawijk als gevolg van de opening van een nieuwe poort, aanleg van de latere Charleroisesteenweg,...). De landbouwgronden maakten plaats voor bouwgrond en de landbouwbedrijfjes moesten wijken voor kunstateliers en industriële instellingen (oprichting van een scheikundige fabriek en een vlasspinnerij). Deze evolutie komt overeen met de uitbreiding van de Brusselse agglomeratie, hoofdstad geworden in 1830.

In de tweede helft van de XIXde eeuw evolueerde de bevolking van 4.138 inwoners in 1846 naar 33.124 in 1880 en bijna 60.000 in 1910. Deze bliksemsnelle bevolkingsgroei bracht de volledige verstedelijking van de gemeente met zich mee, en werd in de hand gewerkt door een opkomende wetgeving over stedenbouw.

 

De rol van Victor Besme

 De komst van Victor Besme en het opstellen, in 1862, van zijn "Algemeen plan voor de uitbreiding en de verfraaiing van de Brusselse agglomeratie" zal het aanzien van de gemeente definitief doen veranderen. In dit plan voorzag Besme vijf ontwikkelingscentra voor Sint-Gillis: de "Louizawijk", de "Zuidwijk", de "Parkwijk", de "Centrumwijk" en de "wijk Zuiden".

 De Louizalaan, die vertrok van het Louizaplein om te eindigen aan het Terkamerenbos, werd al snel de meest succesvolle wandelroute van de stad.

 De bouw van een nieuw Zuidstation in 1864 bracht de oprichting mee van een wijk in dambordplan. Vertrekkend van een zeer bouwvallige bestaande kern werd de Centrumwijk grondig vernieuwd. De steegjes werden afgeschaft ten voordele van ruimere straten, waaronder het Voorplein. Daarlangs kwamen kwaliteitsgebouwen waarvan de hygiëne binnenin en de pracht van de gevels alle aandacht van de gemeentelijke autoriteïten trokken. De bouw door Victor Besme, in de jaren 1860-1870, van een kerk en een Gemeentehuis, op het Sint-Gillisvoorplein, kenmerkte trouwens de overgang van een groot dorp naar een kleine stad. Maar het is bij de overgang naar de XXste eeuw dat de echte gedaanteverandering van het grondgebied zich heeft doorgezet, toen de gemeente een beleid van verfraaiing en van gezondmaking van haar oudste wijken ontplooide.

 De gemeente nam in 1894 nogmaals het initiatief eengezinswoningen voor arbeiderste bouwen (Fortstraat). Omwille van hun te hoge kostprijs besloten de gemeentelijke autoriteïten meer de nadruk te leggen op de bouw van grote sociale gebouwen, waaronder deze van de Combazstraat en de Fortstraat.

In 1925 kwam Sint-Gillis aan het einde van haar stedenbouwkundige ontwikkeling en vertoonde een samenhangende stedelijke structuur terwijl zij toch een grote architecturale verscheindenheid bevatte.

 

Sint-Gillis vandaag: een vernieuwde en multiculturele gemeente

 Sint-Gillis heeft niet teveel geleden onder de stedenbouwkundige destructurering van Brussel in de jaren zeventig. Een gemeentelijke en gewestelijke actie heeft sedert een vijftiental jaar de heraanleg van de openbare ruimte mogelijk gemaakt. De aanleg van voetpaden en verlichting, het planten van bomen en vele renovaties van gebouwen bestrijken ongeveer een ganse grondgebied en dragen bij tot de herwaardering van de wijken.

 De evolutie van het wonigenpark en de openbare ruimte had als gevolg dat de vastgoedmarkt van Sint-Gillis sedert de jaren negentig een belangrijke stijging kende, waardoor de prijzen van de appartementen ook de hoogte in gingen. Gelijklopend hiermee heeft de gemeente een belangrijk huisvestingsbeleid gevoerd, om het vastgoed van Sint-Gillis op te waarderen, wat ze nog steeds doet door oude gebouwen op te kopen en te renoveren voor sociale doeleinden.

Dankzij dit beleid stabiliseerde het bevolkingscijfer van Sint-Gillis rond de 43.000 inwoners (4,4% van de gewestelijke bevolking) op een grondgebied van 2,5 km2 (1,5% van de oppervlakte van het gewest). Sint-Gillis in dus één der dichtst bevolkte Brusselse gemeenten, met een gemiddelde van 17.000 inwoners per km2, wat neerkomt op ongeveer driemaal de bevolkingsdichtheid van het gewest.

 Nochtans blijkt dat de bevolking van Sint-Gillis een aanzienlijke vernieuwing ondergaat. Om deze af te remmen voorziet het Gemeentelijke Ontwikkelingsplan (GemOP) de bestaande bevolking te stabiliseren, onder meer door sociale integratie en verbetering van de huisvesting.

De bevolking is voor bijna de helft samengesteld uit buitenlanders, voornamelijk (2/3) afkomstig uit landen van de Europese Unie. De meest vertegenwoordigde nationaliteiten zijn, in afnemende volgorde, Marokkanen, Spanjaarden, Portugezen, Italianen, Fransen, Grieken en Engelsen.

Daarenboven is ze sterk verjongd aangezien 68% van de inwoners minder dan 44 jaar is. De alleenstanden vormen trouwens de grootste categorie onder de "gezinnen" van Sint-Gillis.